Gediagnosticeerd, en nu?

Hoe gaat het verder bij hepatitis C?

Uw bloed wordt voor, tijdens en na behandeling regelmatig gecontroleerd om te zien of de hepatitis C infectie voorbij is en of het virus nog in het lichaam zit.

 

De ernst van de fibrose of aanwezigheid van cirrose kan op verschillende manieren worden vastgesteld. Als iemand al cirrose heeft, zal ook regelmatig beeldvorming van de lever plaatsvinden (denk aan een Fibroscan, echo of een MRI). Dit doet men om de schadelijke gevolgen van cirrose, zoals leverkanker, zo vroeg mogelijk op het spoor te komen, zodat we deze zo snel mogelijk kunnen behandelen.

Steun na de diagnose

Het krijgen van de diagnose hepatitis C kan een flinke schok zijn. Iedereen reageert hier anders op en iedereen gaat op een andere manier met deze emoties om. Sommige mensen hebben behoefte aan steun, die bijvoorbeeld op de volgende manieren gevonden kan worden:

  • Vraag uw arts of verpleegkundige om meer informatie over hepatitis C. Schrijf al uw vragen op en neem deze mee naar de volgende afspraak.
  • Praat met iemand die de ziekte ook heeft gehad: wat zijn de ervaringen en hoe is die persoon met de leveraandoening omgegaan? Uw behandelaar heeft tips om deze mensen te ontmoeten.
  • Praat met een maatschappelijk werker of psycholoog. Zij kunnen u handvaten bieden om er in het dagelijks leven mee om te gaan.
  • Wordt lid van een patiëntenvereniging. Zij bieden veel informatie aan over de ziekte, maar kunnen u ook in contact brengen met lotgenoten door bijvoorbeeld een forum of bijeenkomsten. Voor meer informatie, klik hier.

Adviezen bij hepatitis C

Wij raden aan de volgende adviezen op te volgen:

  • Luister goed naar de adviezen van uw dokter. Hij of zij heeft veel verstand van de ziekte en heeft het beste met u voor.
  • Algemene leefadviezen:
    • Alcohol drinken wordt afgeraden, omdat alcohol de kans op blijvende leverschade (cirrose) vergroot bij hepatitis C patiënten.
    • Roken wordt ook afgeraden, omdat roken de kans op het ontstaan van leverkanker vergroot.
    • Eet gezond en gevarieerd.
    • Blijf op een gezond gewicht. Overgewicht kan leiden tot vervetting van de lever, waardoor deze minder goed zijn taken kan uitvoeren.
  • Waarschuw uw sekspartner(s), zodat zij zich kunnen laten testen op hepatitis C. De kans dat u hepatitis C overdraagt bij vaginale seks is klein. Bij het hebben van anale seks, is de kans echter wel groter.
  • Voorkom dat je andere mensen infecteert. Enkele tips zijn:
    • Vermijd wondjes in of aan de mond, neus, huid of geslachtsdelen. Heeft u toch wondjes? Dek deze dan goed af.
    • Zoen niet als u wondjes heeft in de mond of op de lippen.
    • Laat anderen geen spullen aanraken of gebruiken waar uw bloed aan kan zitten (denk aan een tandenborstel, scheermesje, nagelknipper, pleister of (maand)verband). Komt iemand toch met uw bloed in aanraking? Laat deze persoon het zo snel mogelijk afwassen met water en zeep. Gebruik jodium om eventuele wonden te ontsmetten.
    • Vrij veilig, dus altijd met condoom. Heb geen seks tijdens de menstruatie als één van de partners hepatitis C heeft. Deel geen seksspeeltjes of glijmiddel met andere mensen.
    • Drugsgebruik wordt afgeraden, met name het spuiten van drugs. Indien u toch drugs spuit, deel dan uw naald niet met iemand anders.
    • Doneer geen bloed. In Nederland wordt bij iedere donatie getest op de aanwezigheid van hepatitis C, maar dit is vaak niet voor andere landen het geval. Bespreek ook dat u hepatitis C heeft als u organen of ander lichaammateriaal (bijvoorbeeld sperma) wilt doneren.

Wanneer iemand hepatitis C heeft, kan hij of zij over het algemeen gewoon naar werk of school. Als u twijfelt of u kunt gaan werken, kunt u overleggen met uw bedrijfsarts.